Betrek gezin bij hulp aan leerling met ongewenst gedrag

1 december 2020
Door op school uitsluitend de focus te hebben op de begeleiding van een kind dat bijsturing nodig heeft, is de kans op een stabiele gedragsverandering klein. Door in de hulpverlening het gezinssysteem nadrukkelijk mee te nemen, is de kans op een stabiele gedragsverandering beduidend groter.

„Het zou mooi zijn als we weer wat meer leerkracht kunnen zijn.” Deze en vergelijkbare uitspraken konden we lezen in het RD van 24 november. Het valt inderdaad ook niet mee wanneer er meerdere leerlingen in een klas zitten met een extra ondersteuningsbehoefte op het gebied van gedrag. Het bijsturen van ongewenst gedrag kost veel energie. Wanneer niet tijdig de juiste interventie wordt toegepast, zorgt dit voor een negatieve spiraal: een leerkracht die het niet meer ziet zitten, ouders die zich door school niet gehoord voelen en niet te vergeten het kind dat zich niet begrepen voelt en eigenlijk zegt: „Help mij!”

Het lijkt wel of deze situaties zich steeds meer voordoen. Wanneer we kijken naar het aantal jongeren met jeugdzorg, dan zien we dat deze aantallen jaarlijks stijgen: van 380.000 in 2015 tot 423.000 in 2019. Hoe duiden we deze forse stijging? Gaat het echt minder goed met onze jongeren? En wat moeten we dan met dit bericht: „Kinderen en jongeren kunnen het beste opgroeien in Nederland. Die conclusie trekt Unicef in een onderzoek naar het welzijn van kinderen tot 18 jaar in de 41 meest welvarende landen” (RD 3-9)?

Wanneer we ons echter beperken tot een eenzijdige blik naar het kind, dan vergeten we een belangrijk punt, namelijk het gezin. Opvallend dat in diezelfde krant (24-11) een interview stond met socioloog Wim Dekker, die oproept om gezinnen meer bij de hulpverlening te betrekken. „Ga in de hulpverlening meer in op de rol van het gezin. Dat begint al op school, tijdens de opleiding… Kinderen hebben behoefte aan stabiele en geborgen gezinnen, niet aan chaos en complexiteit.” We willen dit pleidooi graag ondersteunen. Door uitsluitend de focus op de begeleiding van het kind te hebben, is de kans op een stabiele gedragsverandering klein. Door in de hulpverlening het gezinssysteem nadrukkelijk mee te nemen, is de kans op een stabiele gedragsverandering beduidend groter. Interventies als bijvoorbeeld NIKA (Nederlandse Interventie Kortdurend op Atypisch opvoedgedrag) kunnen hier wel degelijk het verschil maken.

Vaste jeugdhulpverlener

Een ander punt is dat in veel situaties ondersteuning vanuit jeugdhulp erg laat ingezet wordt. Door vroegsignalering en vroegpreventie is hier nog winst te behalen. De jeugdhulpverlener op de basisschool is op veel scholen nog geen item dat boven aan de agenda van directeuren staat. Juist die ondersteuning kan ervoor zorgen dat de leerkrachten meer toekomen aan hun eigenlijke taak en kunnen doen wat ze wensen: „Het zou mooi zijn als we weer meer leerkracht kunnen zijn.”

Onderwijs en opvoeding zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden, maar de verhouding kan inderdaad op een basisschool scheef komen te liggen. Ervoor zorgen dat er geen jeugdhulpverlener in de school komt? Nee, juist de inzet van een vaste jeugdhulpverlener die wekelijks een paar uur op de basisschool aanwezig is, kan het verschil maken. Hij of zij ontzorgt namelijk de groepsleerkracht, zodat deze weer meer de focus kan leggen op het onderwijzen.

Prestatiedrang

Een andere reden voor de toename van jeugdhulp is de prestatiedrang in het onderwijs. In het onlangs verschenen Unicef-rapport ”Report Card 16” staat dat Nederlandse jongeren de meeste stress ervaren door schooldruk. „Naarmate die schooldruk groter wordt, ondervinden jongeren meer emotionele problemen en minder levenstevredenheid”, aldus Suzanne Laszlo, directeur Unicef Nederland. We moeten allemaal goed presterende burgers zijn, want dat is goed voor de economie. Daardoor hebben we een onderwijssysteem gecreëerd waarin alle kinderen aan dezelfde normen moeten voldoen. Ook de kinderen die op verschillende gebieden niet dezelfde talenten hebben. Zijn we niet teveel bezig (geweest) om onze leerlingen in opbrengstgerichte systemen te persen? Roepen we gedragsproblemen deels niet zelf op?

Daarom een pleidooi om op school de diepere bedoeling van het onderwijs te doordenken en wat dit betekent voor onderwijs en opvoeding. We beschouwen het als de kernopdracht van de school om de aan de school toevertrouwde kinderen in overeenstemming met Gods Woord te leiden, te vormen en hulp te verlenen, en daarmee de grondslag te leggen voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs. Met als doel dat onze kinderen hun taak en opdracht in kerk, gezin en samenleving kunnen vervullen. Dus leiden, vormen en hulp verlenen in de eerste plaats! Vervolgens komt het onderwijzen in de basisvakken, om daarmee voor te bereiden op hun taak en opdracht in kerk, gezin en samenleving.

Stabiliteit

Daarnaast een pleidooi voor de rust, reinheid en regelmaat in de gezinnen, die de hoeksteen van de samenleving zijn, wat Wim Dekker terecht signaleert. Wij zijn ervan overtuigd dat het leven naar Gods Woord heilzaam is voor alle mensen, ook voor het tijdelijke leven. En daarom ook zoeken naar en werken aan stabiliteit in het gezin. Zo nodig in afstemming met jeugdhulp en onderwijs.

Dit opinieartikel is gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad (1 december 2020).

W.H. (Wim) Heenck
Manager Scholen, Onderwijsadviseur
Stel een vraag
A.G.J. (Anne) van Berkum
Manager Jeugd en gezin
Stel een vraag
Overzicht nieuws

Gerelateerd

04 december 2020

Veranderingen in het passend onderwijs

Het passend onderwijs krijgt binnenkort te maken met aanvullende regelgeving. In deze bijdrage informeren wij u over de highlights uit de voorstellen.

Lees verder
02 maart 2021

Behouden we de vrijheid van onderwijs? #verkiezingsblog

Over enkele weken is het zover: we mogen weer naar de stembus. Om te kiezen wie er plaats gaan nemen in de blauwe zetels van de Tweede Kamer. En dat is niet onbelangrijk. Wie wij kiezen, gaan ons land regeren. Zij bepalen óók hoe het onderwijs ingericht gaat worden. Behouden we de vrijheid van christelijk onderwijs?

Lees verder